2. Infrastructuur inschakelen
Druk meerdere keren op de knop ▼ op het bedieningspaneel om [Wireless Setting (Draadloze Instelling)] te selecteren en druk vervolgens op «OK».

Druk ▲ of ▼ om de Wachtw. beheren in te voeren en druk vervolgens op «OK».
Druk ▼ om [Wireless(Infrastructure) Setting (Instelling draadloze (infrastructuur))] te selecteren en druk vervolgens op «OK».

- Er wordt ongeveer 5 seconden lang "Cannot be used simultaneously with Wireless(Wi-Fi Direct). (Kan niet tegelijkertijd worden gebruikt met draadloos (Wi-Fi Direct).)" weergegeven.
Selecteer ▲ om [Enable (Ingeschakeld)] te selecteren en druk op «OK».


- Nadat u [Wireless(Wi-Fi Direct) (Draadloos (Wi-Fi Direct))] hebt ingesteld op [Disable (Uitgeschakeld)], en er een scherm verschijnt waarin u wordt gevraagd of u [Wireless(Infrastructure) (Draadloos (Infrastructuur))] wilt inschakelen, drukt u op «OK» om [Wireless(Infrastructure) (Draadloos (Infrastructuur))] in te stellen op [Enable (Inschakelen)].
Om het IP-adres van dit apparaat handmatig in te stellen, raadpleeg "3. Het IP-adres instellen".
Om automatisch een IP-adres te verkrijgen, raadpleeg "4. Met het draadloze toegangspunt verbinden".
![]()
- De standaardinstelling die in de fabriek is ingesteld, is [Auto (Automatisch)].
