De standaardinstellingen van het printerstuurprogramma wijzigen

U kunt vaak gebruikte functies instellen als de standaardinstellingen van het printerstuurprogramma.


Voor Windows
  1. Open [Devices and Printers (Apparaten en printers)].

  2. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van uw model en selecteer [Printing Preferences (Voorkeursinstellingen voor afdrukken)].

    • Selecteer het type printerstuurprogramma dat u wenst te gebruiken.
  3. U kunt de te gebruiken afdrukinstellingen configureren als de standaardinstellingen voor het printerstuurprogramma.
  4. Klik op [OK (OK)].


Voor macOS
  1. Open het af te drukken bestand.
  2. Selecteer [Print (Afdrukken)] in het [File (Bestand)]-menu.
  3. U kunt de te gebruiken afdrukinstellingen configureren als de standaardinstellingen voor het printerstuurprogramma.
  4. Selecteer [Save Current Settings as Preset (Bewaar huidige instellingen als voorinstelling)] in [Presets (Voorinstellingen)].
  5. Voer een naam voor de instelling in en klik vervolgens op [OK (OK)].

  • Om de opgeslagen instelling te gebruiken, selecteert u de instellingsnaam in [Presets (Voorinstellingen)] op het afdrukbeeldscherm.