5. Een geldig standaard gateway kiezen
[Enabling Default Gateway (Standaard gateway inschakelen)] staat standaard ingesteld op [Wired(LAN1) (Bedraad (LAN1))]. Dit apparaat kan tegelijkertijd een bekabeld LAN en een draadloos LAN gebruiken, maar slechts een van beide kan worden gebruikt om met een terminal buiten het segment (een ander subnet) te verbinden.
Wanneer een draadloos LAN (infrastructuur) wordt gebruikt om over de segmenten heen te communiceren, volg dan de volgende procedure om te wijzigen naar [Wireless(Infrastructure) (Draadloze (infrastructuur))].
Controleer of "Ready To Print (Klaar voor afdruk)" op het scherm verschijnt.

- Als het apparaat de energiebesparingsmodus heeft geactiveerd, drukt u op «OK» om het apparaat te herstellen.
Druk op de knop ▼ op het bedieningspaneel om [Menus (Menu's)] te selecteren en druk vervolgens op «OK».
Druk ▼ meerdere keren en selecteer [Admin Setup (Beheerdersinst.)] en druk op «OK».
Druk ▲ of ▼ om de Wachtw. beheren in te voeren en druk vervolgens op «OK».
Controleer of [Netwerk Setup (Netwerk instellingen)] is geselecteerd en druk op «OK».

Controleer of [General Setup (Algemene instellingen)] is geselecteerd en druk op «OK».

Druk ▼ om [Enabling Default Gateway (Standaard gateway inschakelen)] te selecteren en druk vervolgens op «OK».

Druk ▼ om [Wireless(Infrastructure) (Draadloze (infrastructuur))] te selecteren en druk vervolgens op «OK».

Druk op «CANCEL» om naar het stand-byscherm terug te keren.
