1-2. De uitgebreide bekabelde LAN-module installeren (Voor Bedraad LAN2)
![]()
- Afhankelijk van de specifieke regio is de uitgebreide bekabelde LAN-module mogelijk niet geïnstalleerd.
Installeer dit als u dit apparaat met een bekabeld LAN op twee verschillende netwerken wilt aansluiten. Na de installatie moet u de bekabelde LAN-module op het bedieningspaneel in schakelen.
In deze sectie wordt de procedure beschreven voor het installeren van de uitgebreide bekabelde LAN-module en het inschakelen van de uitgebreide bekabelde LAN-module op het bedieningspaneel.
![]()
- Het kan niet tegelijkertijd met de uitgebreide bekabelde LAN-module worden gebruikt.
Druk op de aan/uit-knop om dit apparaat uit te schakelen en trek daarna de stekker uit het stopcontact.

- Indien u het apparaat installeert wanneer de stroomtoevoer is ingeschakeld, kan de hoofdeenheid of de uitgebreide bekabelde LAN-module beschadigd raken.
Steek de uitgebreide bekabelde LAN-module in de USB-hostpoort.

Sluit het netsnoer aan op dit apparaat en sluit het ene uiteinde van de LAN-kabel aan op de uitgebreide bekabelde LAN-module.

Steek het andere uiteinde van de LAN-kabel in de hub.

Druk op de aan/uit-knop om dit apparaat in te schakelen.
Druk op de knop ▼ op het bedieningspaneel om [Menus (Menu's)] te selecteren en druk vervolgens op «OK».

Druk meerdere keren en selecteer [Admin Setup (Beheerdersinst.)] en druk op «OK».

Druk ▲ of ▼ om de beheerderswachtwoord in te voeren en druk vervolgens op «OK».

Controleer of [Netwerk Setup (Netwerk instellingen)] is geselecteerd en druk op «OK».

Controleer of [General Setup (Algemene instellingen)] is geselecteerd en druk op «OK».

Controleer of [Extended Netwerk (Uitgebreid netwerk)] is geselecteerd en druk op «OK».

Druk op ▼ om [Wired(LAN2) (Bedraad (LAN2))] te selecteren en druk op «OK».

Als [Are you sure? (Weet u het zeker?)] wordt weergegeven, controleer dan of [Yes (Ja)] is geselecteerd en druk op «OK».

- Het apparaat wordt opnieuw opgestart. Wacht tot het stand-byscherm te zien is.
Druk op de knop ▼ op het bedieningspaneel om [Menus (Menu's)] te selecteren en druk vervolgens op «OK».

Druk meerdere keren en selecteer [Admin Setup (Beheerdersinst.)] en druk op «OK».

Druk ▲ of ▼ om de beheerderswachtwoord in te voeren en druk vervolgens op «OK».

Controleer of [Netwerk Setup (Netwerk instellingen)] is geselecteerd en druk op «OK».

Druk verschillende keren op ▼ om [Wired(LAN2) Setup (Bedrade (LAN2) -instelling)] te selecteren en druk op «OK».

Zorg ervoor dat [Wired (LAN2) (Bedraad (LAN2))] is geselecteerd en druk op «OK».

Zorg ervoor dat [Enable (Ingeschakeld)] is geselecteerd en druk op «OK».

