Afdrukken vanaf een computer
Als de toegangscontrole is ingeschakeld, moet u bij het afdrukken vanaf een pc gebruikersgegevens invoeren in het printerstuurprogramma.
Voor Windows
In dit voorbeeld wordt Kladblok gebruikt om vanaf het PCL-stuurprogramma af te drukken.
- Selecteer [Print (Afdrukken)] in het [File (Bestand)]-menu.
- Selecteer [OKI *** PCL (OKI *** PCL)] (waarbij *** uw modelnaam is) onder [Printer (Printer)] en klik op [More settings (Meer instellingen)].
- Selecteer het tabblad [Extend (Uitbreiden)].
Klik op [User Authentication (Gebruikersverificatie)].

Stel [User Name (Gebruikersnaam)] en [Password (Wachtwoord)] van de gebruiker in als gegevens voor de verificatie van de gebruiker en stel [Authentication Type (Verificatietype)] in om de verificatiebestemming en de verificatiemodus van de gebruiker op te geven.

- [Password (Wachtwoord)], [Authentication Type (Verificatietype)] en [Use User Authentication (Gebruikersverificatie gebruiken)] worden mogelijk niet weergegeven op het scherm, afhankelijk van de instelling van [User Authentication Options... (Gebruikersverificatie-opties...)] op het tabblad [Device Options (Apparaatopties)].
Vink [Use User Authentication (Gebruikersverificatie gebruiken)] aan als het wordt weergegeven.

- Vink [Use User Authentication (Gebruikersverificatie gebruiken)] uit als de PIN-code van de client voor afdruktaakverantwoording wordt gebruikt als gegeven voor verificatie van de gebruiker.
Voer de gebruikersnaam en het wachtwoord in.
De gebruikersnaam kunt u als aanmeldingsnaam instellen via de instelling [User Authentication Options... (Gebruikersverificatie-opties...)] op het tabblad [Device Options (Apparaatopties)].
Vink [Use logon name as user name (Aanmeldingsnaam gebruiken als gebruikersnaam)] aan om de Windows-loginnaam als de gebruikersnaam te gebruiken.- Als [Authentication Type (Verificatietype)] wordt weergegeven, selecteert u de verificatiebestemming van de gebruiker en de verificatiemodus in de lijst.
- Automatisch: Volg de methode voor het aanmelden bij Windows. De authenticatie wordt uitgevoerd door [Server LDAP (Server LDAP)] wanneer bij in een domein bent aangemeld of door [Device Local (Apparaat lokaal)] wanneer u bij een lokale computer bent aangemeld.
- Apparaat lokaal: Authenticatie gebeurt aan de hand van de gebruikersgegevens in dit apparaat.
- Server LDAP: Authenticatie gebeurt door middel van LDAP in de gebruikersgegevens van de server.
- Server Kerberos: Authenticatie gebeurt door middel van Kerberos in de gebruikersgegevens van de server.

- Het standaardverificatietype kunt u instellen in [User Authentication Options... (Gebruikersverificatie-opties...)] op het tabblad [Device Options (Apparaatopties)].
Klik op [OK (OK)].
Geef indien nodig overige instellingen op en klik op [OK (OK)].
Klik op [Print (Afdrukken)] in het scherm [Print (Afdrukken)].
Details van de gebruikersverificatie instellen
Stel de gebruikersverificatie-details van het printerstuurprogramma in op het tabblad [Device Options (Apparaatopties)] of op het tabblad [Device Settings (Apparaatinstellingen)] in van de printereigenschappen.
Open [Devices and Printers (Apparaten en printers)].
- Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van uw model en selecteer [Printer Properties (Eigenschappen van printer)].
- Selecteer voor het Windows PCL-printerstuurprogramma het tabblad [Device Options (Apparaatopties)] en klik op [User Authentication Options... (Gebruikersverificatie-opties...)]. Voor het PS-printerstuurprogramma voor Windows selecteert u het tabblad [Device Settings (Apparaatinstellingen)] en opent u [Installable Options (Installeerbare opties)].
- Stel de details van de gebruikersverificatie in.
Gebruikerverificatie-opties instellen voor elke gebruiker: Geef [Use User Authentication (Gebruikersverificatie gebruiken)] op het scherm Gebruikersverificatie-opties weer, zodat u kunt instellen of u gebruikersverificatie wilt gebruiken.

- Als [Set User Authentication Options for each user (Gebruikerverificatie-opties instellen voor elke gebruiker)] niet is aangevinkt, zal gebruikersverificatie worden gebruikt en zal verificatietype de aanmeldmethode voor Windows gebruiken. De authenticatie wordt uitgevoerd door [Server LDAP (Server LDAP)] wanneer bij in een domein bent aangemeld of door [Device Local (Apparaat lokaal)] wanneer u bij een lokale computer bent aangemeld.
- Vink [Set User Authentication Options for each user (Gebruikerverificatie-opties instellen voor elke gebruiker)] aan om een PIN-code te gebruiken in de pop-upmodus van de client voor afdruktaakverantwoording als gegevens voor de verificatie van de gebruiker.
- Informatie over gebruikersverificatie invoeren bij het afdrukken: Pop-upvenster met gebruikersverificatie-opties voor elke afdruktaak. Gebruik deze optie om de gebruiker voor elke afdruktaak op te geven in een omgeving waarin meerdere gebruikers hetzelfde account op dezelfde computer gebruiken.
Dit kan niet worden ingesteld als [Set User Authentication Options for each user (Gebruikerverificatie-opties instellen voor elke gebruiker)] niet is aangevinkt. - Verificatietype: Stel het verificatietype in bij Gebruikersverificatie-opties.
- Standaard verificatietype: Geef het standaard verificatietype op als het verificatietype niet kan worden ingesteld.
- Voor het PCL-printerstuurprogramma voor Windows klikt u op [OK (OK)].
- Klik op [OK (OK)].
Voor macOS
Hier is een voorbeeld met TextEdit.
- Selecteer [Print (Afdrukken)] in het [File (Bestand)]-menu.
- Selecteer de printer-driver van de machine.
- Selecteer [Printer Options (Printeropties)] - [User Authentication (User Authentication)].
Vink [Use User Authentication (Gebruikersverificatie gebruiken)] aan.


- Vink [Use User Authentication (Gebruikersverificatie gebruiken)] uit als de PIN-code van de client voor afdruktaakverantwoording wordt gebruikt als gegeven voor verificatie van de gebruiker.
- Voer [User Name (Gebruikersnaam)] en [Password (Wachtwoord)] in.
Vink [Use logon name as user name (Aanmeldingsnaam gebruiken als gebruikersnaam)] aan om de loginnaam als de gebruikersnaam te gebruiken. - Als [Authentication Type (Verificatietype)] wordt weergegeven, selecteert u de verificatiebestemming van de gebruiker en de verificatiemodus in de lijst.
- Automatisch: Volg de methode voor het aanmelden bij macOS. Authenticatie gebeurt door [Server LDAP (Server LDAP)] wanneer u bent aangemeld bij een domein of door [Device Local (Apparaat lokaal)] wanneer u niet bent aangemeld bij een domein.
- Apparaat lokaal: Authenticatie gebeurt aan de hand van de gebruikersgegevens in dit apparaat.
- Server LDAP: Authenticatie gebeurt door middel van LDAP in de gebruikersgegevens van de server.
- Server Kerberos: Authenticatie gebeurt door middel van Kerberos in de gebruikersgegevens van de server.
- Voer instellingen door die vereist zijn voor het afdrukken.
- Klik op [Print (Afdrukken)].
Bij gebruik van het verificatietype
- Selecteer [System Preferences (Systeemvoorkeuren)] in het Apple-menu.
- Klik op [Printers & Scanners (Printers en scanners)].
- Selecteer dit apparaat en klik op [Options and Supplies (Opties en toebehoren)].
- Stel [Use User Authentication (Gebruikersverificatie gebruiken)] in op Aan in het tabblad [Options (Opties)].
- Geef het standaard verificatietype op en klik op [OK (OK)].
