Menu's (Beheerderinst.)
Het sterretje (*) geeft aan dat de standaard fabrieksinstellingen van regio tot regio kunnen verschillen.
Object | Standaard fabrieksinstellingen | Beschrijving | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Wachtwoord invoeren | (Neem de instructies op het wachtwoordlabel aan de binnenkant van dit apparaat in acht.) | Voer het wachtwoord in dat nodig is om het menu van de beheerdersinstellingen te openen. | |||
| Netwerk instellingen | Algemene instellingen | Uitgebreid netwerk | Uitgeschakeld | Configureer het uitgebreide netwerk. In aanvulling op het standaard bedrade LAN, stelt u [Wireless (Draadloos)] in bij gebruik van een draadloos LAN en [Wired(LAN2) (Bedraad (LAN2))] bij gebruik van de uitgebreide bedrade LAN-module. | |
| Standaard gateway inschakelen | Bedraad (LAN1) | Specificeert de netwerkverbindingsmethode voor segmentaire communicatie. | |||
| TCP/IP | Ingeschakeld | Schakel de bedrade LAN in/uit. | |||
| NetBIOS over TCP | Ingeschakeld | Schakel de NetBIOS over TCP-protocol in/uit. | |||
| Web | Ingeschakeld | Specificeer of u de toegang vanuit de internetbrowser wilt inschakelen of niet. Deze optie wordt weergegeven wanneer het protocol [TCP/IP (TCP/IP)] is ingesteld op [Enable (Ingeschakeld)]. | |||
| HTTP | Ingeschakeld | Specificeer of u de toegang vanuit de internetbrowser via HTTP wilt inschakelen of niet. | |||
| HTTP-omleiding(Web) | Ingeschakeld | Specificeer of u de functie HTTPS-omleiding (Web) wilt inschakelen of niet. | |||
| Telnet | Uitgeschakeld | Specificeer of toegang via Telnet moet worden ingeschakeld of niet. Deze optie wordt weergegeven wanneer het protocol [TCP/IP (TCP/IP)] is ingesteld op [Enable (Ingeschakeld)]. | |||
| FTP | Uitgeschakeld | Specificeer of toegang via FTP moet worden ingeschakeld of niet. Deze optie wordt weergegeven wanneer het protocol [TCP/IP (TCP/IP)] is ingesteld op [Enable (Ingeschakeld)]. | |||
| IPSec | Uitgeschakeld | Deze optie wordt alleen weergegeven wanneer IPSec is ingeschakeld. Men kan dit item alleen wijzigen door het uit te schakelen. Deze optie wordt weergegeven wanneer het protocol [TCP/IP (TCP/IP)] is ingesteld op [Enable (Ingeschakeld)]. | |||
| SNMP | Ingeschakeld | Specificeer of toegang van SNMP moet worden ingeschakeld of niet. Deze optie wordt weergegeven wanneer het protocol [TCP/IP (TCP/IP)] is ingesteld op [Enable (Ingeschakeld)]. | |||
| WSD afdrukken | Ingeschakeld | Specificeer of toegang van WSD Print moet worden ingeschakeld of niet. | |||
| Netwerk Schaal | Klein | Normaal, houdt u deze instelling op [Small (Klein)]. | |||
| Netwerk fabrieksinstellingen | Uitvoeren | Herstelt het netwerkmenu naar de standaard fabrieksinstellingen. | |||
| Bedraad (LAN1) Instellingen | Bedraad (LAN1) | Ingeschakeld | Schakel de bedrade LAN1 in of uit. | ||
| IP-adresinstelling | Automatisch | Stel in of het IPv4-Adres automatisch of handmatig moet worden ingevoerd. | |||
| IPv4-Adres | 192.168.100.100 | Stel het IPv4-adres handmatig in. Dit wordt weergegeven wanneer [IP Address Set (IP-adresinstelling)] is ingesteld op [Manual (Handmatig)]. | |||
| Subnetmasker | 255.255.255.0 | Voer het subnetmasker in. Dit wordt weergegeven wanneer [IP Address Set (IP-adresinstelling)] is ingesteld op [Manual (Handmatig)]. | |||
| Gateway-adres | 0.0.0.0 | Stelt het gateway-adres in. Dit wordt weergegeven wanneer [IP Address Set (IP-adresinstelling)] is ingesteld op [Manual (Handmatig)]. | |||
| DHCPv6 | Uitgeschakeld | Stel in of het IPv6-adres automatisch moet worden verkregen. Stel deze optie in op [Disable (Uitgeschakeld)] als u het IPv6-adres niet gebruikt. | |||
| Gigabit Netwerk | Uitgeschakeld | Schakel de verbinding via 1000Base-T in/uit. | |||
| Hub Link instellingen | Automatisch | Stel de aansluitmethode in op de hub. | |||
| Bedraad (LAN2) Instellingen | Bedraad (LAN2) | Ingeschakeld | Schakel het uitgebreide bedrade LAN(LAN2) in/uit. Deze functie kan niet tegelijkertijd met een draadloos LAN worden gebruikt. | ||
| IP-adresinstelling | Automatisch | Stel in of het IPv4-Adres automatisch of handmatig moet worden ingevoerd. | |||
| IPv4-Adres | 192.168.102.100 | Stel het IPv4-adres handmatig in. Dit wordt weergegeven wanneer [IP Address Set (IP-adresinstelling)] is ingesteld op [Manual (Handmatig)]. | |||
| Subnetmasker | 255.255.255.0 | Voer het subnetmasker in. Dit wordt weergegeven wanneer [IP Address Set (IP-adresinstelling)] is ingesteld op [Manual (Handmatig)]. | |||
| Gateway-adres | 0.0.0.0 | Stelt het gateway-adres in. Dit wordt weergegeven wanneer [IP Address Set (IP-adresinstelling)] is ingesteld op [Manual (Handmatig)]. | |||
| DHCPv6 | Uitgeschakeld | Stel in of het IPv6-adres automatisch moet worden verkregen. | |||
| Hub Link instellingen | Automatisch | Stel de aansluitmethode in op de hub. | |||
| Instelling USB | USB | Ingeschakeld | Schakel de USB-interface in/uit. | ||
| Snelheid | 480 Mbps | Stel de maximale baudsnelheid in met behulp van een USB-interface. | |||
| Soft Reset | Uitgeschakeld | Schakelt de opdracht Zacht herstelt in/uit. | |||
| Serienummer | Ingeschakeld | Schakel de USB-serienummer in/uit. Het USB-serienummer wordt gebruikt om het op de PC aangesloten USB-apparaat te identificeren. | |||
| Offline ontvang | Uitgeschakeld | Wanneer [Enable (Ingeschakeld)] is geselecteerd, kunnen gegevens worden ontvangen, zelfs als de printer offline is. | |||
| Interface USB-geheugen | Ingeschakeld | De USB-interface inschakelen/uitschakelen. Als de instellingswaarde wordt gewijzigd, zal de instelling worden doorgevoerd nadat de machine opnieuw is opgestart. | |||
| Verbonden host | Normaal | Stel deze optie in op [Specific (Specifiek)] in geval van een Time-out tijdens het afdrukken op dit apparaat in de slaapstand. Houd er rekening mee dat het stroomverbruik in de Slaapstandmodus hoger is dan in de modus [Normal (Normaal)]. | |||
| Afdrukinstellingen | Printertaal | Automatisch | Selecteer de taal voor de bediening van de printer. | ||
| Kopieën | 1 | Stel het aantal exemplaren in. De ingestelde waarde in het printerstuurprogramma heeft echter prioriteit. | |||
| Dubbelzijdig | Aan | Stel in of dubbelzijdig afdrukken wel of niet moet worden geïmplementeerd. De ingestelde waarde in het printerstuurprogramma heeft echter prioriteit. | |||
| Inbinden | Lange zijde | Specifieer de bindmethode voor dubbelzijdig afdrukken op. De ingestelde waarde in het printerstuurprogramma heeft echter prioriteit. | |||
| Mediacontrole | Ingeschakeld | Stel in of u wilt dat het systeem controleert of het papierformaat van de afdrukgegevens overeenkomt met het papierformaat van de papierlade. | |||
| A4/Letter negeren | Ja | Stel de functies in voor het automatisch wisselen van het afdrukpapier van A4 naar Letter als het A4-papier op is en er Letter-papier is geplaatst, of van Letter naar A4 als het Letter-papier op is. | |||
Zijde naar zijde | Uit | Specifieer dit op om de afdrukmarge uit te breiden. | |||
| Resolutie | 600 dpi | Stel de resolutie in. De ingestelde waarde in het printerstuurprogramma heeft echter prioriteit. | |||
| Tonerbesparing | Uit | Stel het tonerbesparingsniveau in. | |||
| Stand. afdrukstand | Staand | Specificeer de afdrukoriëntatie. Voor PostScript is deze instelling uitgeschakeld. | |||
| Bewerkgrootte | Formaat lade | Stel de grootte van het tekengebied in wanneer de grootte niet is gespecificeerd met de opdracht voor het bewerken van het papierformaat vanaf een pc. | |||
| Breedte | 210 mm | Stel de standaard papierbreedte in voor een aangepast papierformaat. | |||
| Lengte | 297 mm | Stel de standaard papierlengte in voor een aangepast papierformaat. | |||
PS-setup | Lade L1 | Type 1 | Stel het ladeselectienummer van het niveau 1-bedieningscommando van PostScript in. | ||
| Netwerkprotocol | RAW | Specificeer het PS-communicatieprotocol voor de netwerkaansluiting op. | |||
| USB-protocol | RAW | Specificeer het PS-communicatieprotocol voor de USB-verbinding op. | |||
| Pdf-papierformaat | Huidige papierformaat in lade | Specificeer het papierformaat op voor het direct afdrukken van Pdf-bestanden. | |||
| PDF Schaalformaat | 99% | Stel de verkleiningsfactor in wanneer [Scaling Size (Schaalformaat)] is geselecteerd in [Size in PDF file (Papierformaat in pdf-bestand)]. | |||
| Pdf-afdrukmodus | Hoge kwaliteit | Stel in of u prioriteit wenst te geven aan de afdrukkwaliteit of de afdruksnelheid wanneer een Pdf-bestand wordt afgedrukt. | |||
| PCL-setup | Herkomst letttertype | Ingebouwd | Selecteer de locatie van het lettertype dat u wilt gebruiken. | ||
| Lettertypenummer | I0 | Selecteer het nummer van het lettertype dat u wenst te gebruiken. Waardebereik: I0 - I90 wanneer [Residen (Ingebouwd)] is ingesteld/C1 - C4 wanneer [Resident2 (Ingebouwd2)] is ingesteld | |||
| Tekenafstand | 10,00 CPI | Stel de breedte van het PCL-lettertype in. Waardebereik: 0,44 - 99,99 CPI (in stappen van 0,01 CPI) | |||
| Letterhoogte | 12,00 punten | Stel de hoogte van het PCL-lettertype in. Waardebereik: 4,00 - 999,75 punten (in stappen van 0,25 punt) | |||
| Symbolenset | PC-8 | Selecteer de symbolenset van PCL. | |||
| A4-afdrukbreedte | 78 kolommen | Stel het aantal kolommen in voor een automatische regeleinde op A4-papier. | |||
| Geen lege pagina | Uit | Selecteer of u blanco pag's wilt afdr. | |||
| CR-functie | CR | Stel de acties van deze machine in als de CR-code wordt ontvangen. | |||
| LF-functie | LF | Stel de acties van deze machine in als de LF-code wordt ontvangen. | |||
| Afdrukmarge | Normaal | Stel het niet-afdrukbare gebied van het papier in. | |||
| Penbreedte aanp. | Aan | Stel in of fijne lijnen worden benadrukt en dikker worden weergegeven. | |||
| Cassette-ID nr. | MP-lade | 4 | Stel de gewenste waarde in om de lade met de uitvoerspecificatieopdracht van PCL te specificeren. Waardebereik: 1 - 59 | ||
| Lade 1 | 1 | ||||
| Lade 2 | 5 | ||||
| Lade 3 | 20 | ||||
| Lade 4 | 21 | ||||
| SIDM-opstart | Id# SIDM-manual | 2 | Hierbij wordt de CSF-besturingsopdracht (ESC EM Pn) gebruikt om met behulp van de FX/PPR-emulatie de Pn in te stellen die is opgegeven onder Handmatig invoer onder het ID-nr. van handmatige invoer 1. | ||
| Id# SIDM-manual2 | 3 | Hierbij wordt de CSF-besturingsopdracht (ESC EM Pn) gebruikt om met behulp van de FX/PPR-emulatie de Pn in te stellen die is opgegeven onder Handmatig invoer onder het ID-nr. van handmatige invoer 2. | |||
| Id# MP-lade | 4 | Hierbij wordt de CSF-besturingsopdracht (ESC EM Pn) gebruikt om met behulp van de FX/PPR-emulatie de Pn in te stellen die is opgegeven onder LadeO (MPT) door het ID-nummer van de MPT. | |||
| SIDM Cassette1 ID nr. | 1 | Hierbij wordt de CSF-besturingsopdracht (ESC EM Pn) gebruikt om met behulp van de FX/PPR-emulatie de Pn in te stellen die is opgegeven onder Lade 1 door het ID-nr. van lade 1. | |||
| Id# SIDM-lade2 | 5 | Hierbij wordt de CSF-besturingsopdracht (ESC EM Pn) gebruikt om met behulp van de FX/PPR-emulatie de Pn in te stellen die is opgegeven onder Lade 2 door het ID-nr. van lade 2. | |||
| SIDM Cassette3 ID nr. | 6 | Hierbij wordt de CSF-besturingsopdracht (ESC EM Pn) gebruikt om met behulp van de FX/PPR-emulatie de Pn in te stellen die is opgegeven onder Lade 3 door het ID-nr. van lade 3. * Dit wordt weergegeven wanneer optionele uitbreidingsladen zijn gemonteerd. | |||
| SIDM Cassette4 ID nr. | 7 | Hierbij wordt de CSF-besturingsopdracht (ESC EM Pn) gebruikt om met behulp van de FX/PPR-emulatie de Pn in te stellen die is opgegeven onder Lade 4 door het ID-nr. van lade 4. * Dit wordt weergegeven wanneer optionele uitbreidingsladen zijn gemonteerd. | |||
| IBM PPR-setup | Tekenafstand | 10 CPI | Specificeer de tekenafstanden in IBM PPR-emulatie. | ||
| Fontcodens | 12 CPI tot 20 CPI | Specifieer 12CPI-afstanden op voor de Condense-modus. | |||
| Tekenset | SET-2 | Specifieer een tekenset op. | |||
| Symbolenset | IBM-437 | Specifieer een symbolenset op. | |||
| Letter O-stijl | Uitgeschakeld | Specificeer de stijl die 9BH vervangt door de letter o en 9DH door een nul. | |||
| Nulteken | Normaal | Stel de nul in die moet worden doorgehaald of ongedaan gemaakt. | |||
| Regelafstand | 6 LPI | Specificeer de regelafstand. | |||
| Geen lege pagina | Uit | Specificeer of u blanco pagina's wilt afdr. | |||
| CR-functie | CR | Selecteert een regelovergang van [CR] of [CR+LF]. | |||
| LF-functie | LF | Selecteer een lijnterugloop van [LF (LF)] of [LF+CR (LF+CR)]. | |||
| Regellengte | 80 kolommen | Specificeer het aantal tekens per lijn. | |||
| Formulierlengte | 11,7 inches of 11 inch* | Specificeer de lengte van het papier. | |||
| TOF-positie | 0,0inch | Specificeer de afstand vanaf de bovenkant van het papier. | |||
| Linkermarge | 0,0inch | Specificeer de afstand vanaf de linkerrand van het papier, zodanig dat het beginpunt van de afdruk horizontaal naar rechts verschuift. | |||
| Aanp. aan Letter | Uitgeschakeld of ingeschakeld* | Stel de afdrukmodus in waarin het papier kan worden aangepast aan het afdrukbare gebied van 11 inch (66 regels). | |||
| Teksthoogte | Hetzelfde | Stel de hoogte van een teken in. | |||
| EPSON FX-setup | Tekenafstand | 10 CPI | Specificeer de tekenafstand. | ||
| Tekenset | SET-2 | Specifieer een tekenset op. | |||
| Symbolenset | IBM-437 | Specifieer een symbolenset op. | |||
| Letter O-stijl | Uitgeschakeld | Specificeer de stijl die 9BH vervangt door de letter o en 9DH door een nul. | |||
| Nulteken | Normaal | Stel de nul in die moet worden doorgehaald of ongedaan gemaakt. | |||
| Regelafstand | 6 LPI | Specificeer de regelafstand. | |||
| Geen lege pagina | UIT | Specificeer of u blanco pagina's wilt afdr. | |||
| CR-functie | CR | Selecteert een regelovergang van [CR] of [CR+LF]. | |||
| Regellengte | 80 kolommen | Specificeer het aantal tekens per lijn. | |||
| Formulierlengte | 11,7 inches of 11 inch* | Specificeer de lengte van het papier. | |||
| TOF-positie | 0,0inch | Specificeer de afstand vanaf de bovenkant van het papier. | |||
| Linkermarge | 0,0inch | Specificeer de afstand vanaf de linkerrand van het papier, zodanig dat het beginpunt van de afdruk horizontaal naar rechts verschuift. | |||
| Aanp. aan Letter | Uitgeschakeld of ingeschakeld* | Stel de afdrukmodus in waarin het papier kan worden aangepast aan het afdrukbare gebied van 11 inch (66 regels). | |||
| Teksthoogte | Hetzelfde | Stel de hoogte van een teken in. | |||
LQ-modus | Aan | Specificeer EPSON-emulatie. | |||
| Instellingen Persoonlijk afdrukken | Taakoptie controleren | Uitgeschakeld | Specificeer of u de afdrukgegevens wilt controleren voordat u gaat afdrukken. Als de printer is ingeschakeld, drukt deze af nadat is gecontroleerd of de afdrukgegevens niet zijn gewijzigd. De integriteit van de printgegevens is gegarandeerd, maar de tijd om te beginnen met afdrukken zal langer zijn. | ||
| Taakoptie wissen | Niet overschrijven | De methode voor het wissen van de afdrukgegevens instellen. U kunt aangeven dat de gegevens niet kunnen worden hersteld door ze te overschrijven nadat ze zijn gewist. Als u overschrijft, zal het langer duren om te wissen. Waardebereik: Niet overschrijven/Overschrijven met nullen | |||
| Taak bewaren voor | 2 uur | De bewaartermijn van de afdrukgegevens instellen. Als de afdrukgegevens na de ingestelde periode niet worden afgedrukt, worden deze automatisch verwijderd. Waardebereik: 15 minuten, 30 minuten, 1 uur, 2 uur, 4 uur, 8 uur, 12 uur, 1 dagen, 2 dagen, 3 dagen, 4 dagen, 5 dagen, 6 dagen, 7 dagen | |||
| Opdracht Limitatie | Schakel alle afdrukformaten in | Instellen of beperkte afdrukgegevens moeten worden opgeslagen. Wanneer [Private Print only (Alleen Pers. afdruktaken)] is geselecteerd, worden geen andere afdrukgegevens dan privéafdrukken geaccepteerd. | |||
| Taakwachtw. verif. | Uit | Selecteer of u het wachtwoord van afdrukgegevens wilt controleren als toegangsbeheer is ingeschakeld. | |||
| Taak aut. Zoeken | Aan | Selecteer of u al dan niet een zoekopdracht naar afdrukgegevens wilt uitvoeren op hetzelfde tijdstip als het paneel wordt ontgrendeld wanneer toegangscontrole is ingeschakeld. | |||
| Configuratie bedieningspaneel | Einde levensduur status | Ingeschakeld | Stel in of er een bericht moet worden weergegeven als de drum of de fuser unit het einde van de levensduur nadert. | ||
| LED bijna op | Ingeschakeld | Stel in of het ATTENTIE-lichtje moet gaan branden wanneer de drum, de fuser unit of de tonercartridge het einde van hun levensduur naderen. | |||
| Papierinstelling bij papierwisseling | Aan | Stel in of u een melding voor het bevestigen van het papierformaat wilt weergeven wanneer de papiercassette wordt verwijderd of als er papier in de MP-lade wordt geplaatst. Dit menu verschijnt wanneer [AirPrint (AirPrint)] is ingesteld op [Disable (Uitgeschakeld)] door [Bonjour (Bonjour)] of [IPP (IPP)] uit te schakelen. | |||
| Display in de ruststand | Tonerniveau | Selecteer de informatie die op het stand-byscherm weergegeven moet worden. | |||
| Contrast scherm | 0 | Pas het contrast van het scherm aan. Waardebereik: -10 ~ +10 | |||
| Engergiebesparing LED Helderheid | Helder | Stel de helderheid in van de knipperende energiespaarstand-LED wanneer het apparaat in de slaapstand staat. | |||
| Geluid instellen | Aantal fouten | Uit | Stel het volume van de zoemer in als er een fout optreedt. | ||
| Zoemervolume bij afdrukvoltooiing | Uit | Stel het volume van de zoemer in als het afdrukken is voltooid. | |||
| Zoemervolume identificatie printer | Laag | Stel het volume van de zoemer in als u AirPrint, Mopria of IPP Everywhere gebruikt om de printer te zoeken. | |||
| Tijdinstellingen | Datumform. | dd/mm/yyyy or mm/dd/yyyy* | Stel de datumnotatie in op het formaat dd/mm/yyyy of mm/dd/yyyy. | ||
| Tijdzone | +0:00 | Stel de GMT-tijdzone in. Waardebereik: -12:00 ~ +13:00 (in stappen van 15 minuten) | |||
| Zomertijd | Uit | Stel de zomertijd (zomertijd) in. | |||
| Instelmethode | Handmatige configuratie | Selecteer hoe u de tijd wilt instellen. | |||
| SNTP-server (Primair) | (Blank) | Stel de SNTP-server in die gebruikt wordt om de huidige datum en tijd in te stellen. U kunt tot 64 tekens gebruiken. Dit bericht wordt weergegeven wanneer [Setting method (Instellmethode)] is ingesteld op [Auto Setup (Auto-configuratie)]. | |||
| SNTP-server (Secundair) | (Blank) | ||||
| Tijdinstellingen | - | De datum en tijd desgewenst wijzigen. Dit bericht wordt weergegeven wanneer [Setting method (Instelmethode)] is ingesteld op [Manual Setup (Handmatige set-up)]. | |||
| Strooom inst. | Autom. uitschakelen | Auto-config. | Stel het gebruik van automatisch inschakelen in. [Auto Config (Auto-config.)]: Automatisch uitschakelen werkt niet voor netwerkverbindingen (bedraad/draadloos). [Enable (Ingeschakeld)]: Autom. uitschakelen functioneert onafhankelijk van de verbindingsmethode. [Disable (Uitgeschakeld)]: Autom. uitschakelen functioneert niet. | ||
| Instelling voor energiebeheer | Modus1 | Stel het schakelaarmenu in tussen de energiespaarstand modus en de stand-bymodus bij lage temperatuur. | |||
| lade-instelling | Maateenheid | millimeter | Stel de maateenheid voor de aangepaste afmetingen in (millimeter/inch). | ||
| Stand. papierform. | A4 | Stel het stand. papierform. van het aangepaste papierformaat in. | |||
| Andere configuratie | Teller papierinvoerrollen wissen | MP-Lade wissen | Uitvoeren | Wis de teller na het vervangen van de papierinvoerrol van de MP-lade. | |
| Lade1 wissen | Uitvoeren | Wis de teller na het vervangen van de papierinvoerrol van lade 1. | |||
| Lade2 wissen | Uitvoeren | Wis de teller na het vervangen van de papierinvoerrol van lade 2. | |||
| Lade3 wissen | Uitvoeren | Wis de teller na het vervangen van de papierinvoerrol van lade 3. | |||
| Lade4 wissen | Uitvoeren | Wis de teller na het vervangen van de papierinvoerrol van lade 4. | |||
| Flashgeheugen Setup | Initialiseren | Alle | Initialiseer de specificatiepartitie van een flashgeheugen. De partities die kunnen worden gespecificeerd zijn [PCL (PCL)], [PS (PS)], [Common (Common)] en [All (Alles)]. | ||
| Taaklogsetup | Taaklog opsl | Uitgeschakeld | Stel al dan niet in of een logboek van afdrukgegevens moet worden opgeslagen. | ||
| Taaklog wiss | Uitvoeren | Wis het logboek met opgeslagen afdrukgegevens. Dit wordt weergegeven wanneer [Save Job Log (Taaklog opsl)] is ingeschakeld. | |||
| Toegangslogboek instellen | Ingeschakeld of uitgeschakeld* | Stel in of u een toegangslogboek wilt opslaan. | |||
| Beveiligings instelling | Toegangsbeheer | Uitgeschakeld | Stel in of u toegangscontrole wilt inschakelen. | ||
| Tellerrapport gebruiker | Uitvoeren | Druk een rapport met de gebruikersstatistieken af. Dit wordt weergegeven wanneer toegangsbeheer is ingesteld op [Enable (Ingeschakeld)] en [Save Job Log (Taaklog opsl)] is ingesteld op [Enable (Ingeschakeld)]. | |||
Uitgebreide PJL-beveiliging | Modus1 of Uit* | Stel het gedrag van het apparaat in wanneer deze een niet-versleutelde aanvraag ontvangt die vertrouwelijke gegevens via het netwerk bevat. [Mode1 (Modus1)] accepteert en wist alle niet-versleutelde verzoeken die vertrouwelijke gegevens bevatten. | |||
Account vergrendeling | Vergrendeling | Ingeschakeld | Stel in of nieuwe authenticatie gedurende een bepaalde periode moet worden verboden wanneer authenticatie met een wachtwoord meerdere keren achtereen is mislukt. | ||
Voorwaarde vergrendeling | 5 tijden | Stel de voorwaarden voor vergrendeling in. Dit wordt weergegeven wanneer vergrendeling is ingesteld op [Enable (Ingeschakeld)]. | |||
Vergrendelingsperiode | 5 minuten | Stel de tijdsduur voor de vergrendeling in. Dit wordt weergegeven wanneer vergrendeling is ingesteld op [Enable (Ingeschakeld)]. | |||
Wachtwoordbeleid | Minimale lengte | 10 of 1* | Stel het aantal tekens voor het wachtwoord in. | ||
Hoofdletters gebruiken | Aan of uit* | Stel in of het wachtwoord minstens één hoofdletter moet bevatten. | |||
Kleine letters gebruiken | Aan of uit* | Stel in of het wachtwoord minstens één kleine letter moet bevatten. | |||
Symbool gebruiken | Uit | Stel in of het wachtwoord minstens één symbool moet bevatten. | |||
Cijfer gebruiken | Uit | Stel in of het wachtwoord minstens één cijfer moet bevatten. | |||
| Instelling van lettertype | Uitvoermodus van lettertype | JIS2004 | Stel de uitvoermodus voor lettertype in. | ||
| Configuratie opdracht annuleren | Knopgedrag annuleren | Kort | Stel het gewenste gedrag in wanneer op de knop «CANCEL» wordt gedrukt. [Short (Kort)]: Een korte druk op de knop (gedurende 2 seconden of minder) annuleert het afdrukken. [Long (Lang)]: Een lange druk op de knop gedurende 2 tot 5 seconden annuleert het afdrukken. [Off (Uit)]: Door te drukken op de knop «CANCEL» wordt het afdrukken niet geannuleerd. | ||
| Aanvraagscherm | Aan | Stel in of er een scherm moet worden weergegeven om te bevestigen of het afdrukken moet worden geannuleerd. | |||
| Focus-positie | Ja | Stel in of u [Yes (Ja)] of [No (Nee)] als standaardoptie wilt selecteren voor het scherm waarin wordt gevraagd of u de taak wilt annuleren. | |||
| Scherm timeout | 180 | Stel de wachttijd in seconden in voor het annuleren van een taak op het annuleringsscherm. Wanneer de wachttijd is verstreken, wordt het afdrukken voortgezet in plaats van geannuleerd. Waardebereik: 60 - 300(seconden) | |||
| Instellingen voor levensduur bijna bereikt | Timing van naderen van levensduur | 1000 | Stel in of het aantal exemplaren al dan niet moet worden weergegeven voordat de drum het einde van zijn levensduur nadert. Waardebereik: 500 - 5.000 (in stappen van 500) | ||
| Timing van naderen van levensduur fuser | 1500 | Stel in of u het aantal exemplaren wilt weergeven voordat de fuser unit aan het einde van zijn levensduur is. Waardebereik: 500 - 5.000 (in stappen van 500) | |||
| Priv.geg. wissen | Uitvoeren | Wis de volgende gegevensset in deze machine. • Beheerderswachtwoord, waarden ingesteld in verschillende menu's • Verschilllende records • Toegangsbeheer geregistreerd op dit apparaat, gebruikersinformatie | |||
| NFC-instellingen | Ingeschakeld | Schakel de NFC-functie in of uit.
| |||
LAN LED Instelling | Aan | Stel in of het LED-lichtje van de standaard LAN (LAN1) moet branden als het apparaat in de slaapstand gaat. | |||
| Aan/uit Log Registratie | Aan | Stel in of het logboek voor het uit-/inschakelen van het apparaat als een foutenlogboek moet worden opgeslagen. | |||
| Aan/uit log Print | Uit | Stel in of het logboek met de uit-/inschakelen van het apparaat moet worden opgenomen bij het afdrukken van het foutenlogboek. | |||
| Instellingen | Instellingen opnieuw instellen | Uitvoeren | Zet de door de gebruiker gewijzigde menu-instellingen terug naar de fabriekinstellingen. | ||
| Wachtwoord wijzigen | - | Stel een nieuw beheerderswachtwoord in. | |||
| Info afdrukken | Statistiekenlogb | - | Druk de geschiedenis van de afdrukgegevens af. | ||
