1. AirPrint instellen
Sluit dit apparaat aan op hetzelfde netwerk als het mobiele apparaat.
Verbind dit apparaat en het mobiele apparaat via een draadloos LAN-toegangspunt of rechtstreeks met Draadloos LAN (Wi-Fi Direct).
Verbind dit apparaat en het toegangspunt via [Wireless LAN (Infrastructure) (Draadloos LAN (infrastructuur))] of [Wired LAN (Bekabeld LAN)].
Om verbinding te maken via [Wireless LAN (Infrastructure) (Draadloos LAN (infrastructuur))], dient u vooraf [Wireless LAN (Infrastructure) (Draadloos LAN (infrastructuur))] in te stellen.
Om via een bekabeld LAN-netwerk verbinding te maken, verbindt u dit apparaat en het toegangspunt met een LAN-kabel.

Om verbinding te maken via [Wireless LAN (Wi-Fi Direct) (Draadloos LAN (Wi-Fi Direct))], dient u vooraf [Wireless LAN (Wi-Fi Direct) (Draadloos LAN (Wi-Fi Direct))] in te stellen.

- Om dit apparaat op een Mac te gebruiken, sluit u het aan op de Mac.
- Om af te drukken met AirPrint, dient u de instellingen op het mobiele apparaat aan te passen.
Ga naar "3. Afdrukken met AirPrint".
