1-1. De LAN-kabel aansluiten
Leg een netwerkkabel (categorie 5e of hoger, twisted pair, omhuld) en een hub klaar.

Druk op de aan/uit-knop om dit apparaat uit te schakelen.

- Als u de uitgebreide bekabelde LAN-module gebruikt, raadpleeg dan "1-2. De uitgebreide bekabelde LAN-module installeren (Voor Bedraad LAN2)".
Steek een uiteinde van de LAN-kabel in de netwerkinterfacestekker (LAN1) van dit apparaat.

Steek het andere uiteinde van de LAN-kabel in de hub.

Stel vervolgens de netwerkinformatie in, zoals het IP-adres van dit apparaat.
