Apparaat automatisch uitschakelen (Autom. uitschakelen)

Dit apparaat heeft een functie (Autom. uitschakelen omschakeltijd) om de voeding automatisch uit te schakelen als het gedurende een bepaalde tijd niet is gebruikt.

Er zijn 3 soorten instellingen voor Autom. uitschakelen en de standaard fabrieksinstelling is [Auto Config (Auto-config.)].

  • [Auto Config (Auto-config.)]: De stroom wordt automatisch uitgeschakeld als het apparaat gedurende een bepaalde tijd niet is gebruikt, behalve in de volgende gevallen:
    • Als de LAN-kabel is aangesloten op de connector van de netwerkinterface
    • Als draadloos LAN is ingeschakeld
  • [Enable (Ingeschakeld)]: De voeding wordt automatisch uitgeschakeld als dit apparaat gedurende een bepaalde tijd niet is gebruikt.
  • [Disable (Uitgeschakeld)]: De functie Autom. uitschakelen wordt uitgeschakeld. De voeding schakelt niet automatisch uit.

  • Autom. uitschakelen werkt niet in de volgende gevallen.
    • Standaard werkt Autom. uitschakelen niet met een netwerkverbinding (bekabeld/draadloos).
    • Wanneer er een fout is opgetreden


Volg onderstaande procedure om de instelling voor Autom. uitschakelen te wijzigen.


  1. Controleer of "Ready To Print (Klaar voor afdruk)" op het scherm verschijnt.

    • Als het apparaat de energiebesparingsmodus heeft geactiveerd, drukt u op «OK» om het apparaat te herstellen.
  2. Druk op de knop ▼ op het bedieningspaneel om [Menus (Menu's)] te selecteren en druk vervolgens op «OK».

  3. Druk ▼ meerdere keren en selecteer [Admin Setup (Beheerdersinst.)] en druk op «OK».

  4. Druk ▲ of ▼ om de Wachtw. beheren in te voeren en druk vervolgens op «OK».

  5. Druk ▼ meerdere keren en selecteer [Power Setup (Stroomvoorziening)] en druk op «OK».

  6. Druk ▼ meerdere keren [Auto Power Off (Autom. uitschakelen)] en druk vervolgens op «OK».

  7. Wanneer "Changing this setting may increase energy consumption. (Door deze instelling te wijzigen, kan het energieverbruik toenemen.)" weergegeven wordt, druk «OK».

  8. Druk op ▲ of ▼ om [Auto Config (Auto-config.)], [Enable (Ingeschakeld)] of [Disable (Uitgeschakeld)] te selecteren en druk op «OK». Controleer of [*] links van de geselecteerde instelling wordt weergegeven.

  9. Druk op «CANCEL» om naar het stand-byscherm terug te keren.