3. Aansluiten met apparaat
Voer de SSID en het wachtwoord in op het draadloze apparaat om verbinding te maken.
Druk meerdere keren op de knop ▼ op het bedieningspaneel om [Wireless Setting (Draadloze Instelling)] te selecteren en druk vervolgens op «OK».

Druk ▲ of ▼ om de Wachtw. beheren in te voeren en druk vervolgens op «OK».
Controleer of [Wireless(Wi-Fi Direct) Setting (Instelling draadloze (Wi-Fi Direct))] is geselecteerd en druk op «OK».

- "Cannot be used simultaneously with wireless(infrastructure). (Kan niet tegelijkertijd met draadloos (infrastructuur) worden gebruikt.)" verschijnt gedurende ongeveer 5 seconden.
Selecteer ▲ om [Enable (Ingeschakeld)] te selecteren en druk op «OK».

Druk meerdere keren op ▼ om [Manual Setup (Handmatige configuratie)] te selecteren en druk daarna op «OK».

Controleer of [SSID (SSID)], [Security (Beveiliging)] en [Password (Wachtwoord)] van dit apparaat worden weergegeven.

- De schermen die hier worden weergegeven zijn voorbeelden en kunnen afwijken van het eigenlijke display.

Voer de [SSID (SSID)] en het [Password (Wachtwoord)], bevestigd in stap 6, van dit apparaat in de draadloze terminal in om te verbinden.

- Indien de draadloze terminal is ingesteld om het IP-adres automatisch te verkrijgen, is het mogelijk om te communiceren door verbinding te maken met dit apparaat via Wi-Fi Direct en het IPv4-adres automatisch toe te wijzen aan de draadloze terminal.
- Het standaard IP-adres dat in de fabriek is ingesteld, is [192.168.110.100 (192.168.110.100)].
- Als u niet kunt verbinden, raadpleeg dan "Probleemoplossingen voor draadloos LAN-verbinding".
Ga vervolgens naar "Software op uw pc installeren".
Wanneer u een mobiel apparaat gebruikt, ga naar "Afdrukken vanaf een mobiel apparaat".
