Afdrukken met veelgebruikte instellingen die in het printerstuurprogramma zijn geregistreerd
![]()
- Deze functie is niet beschikbaar voor het Windows PS-printerstuurprogramma.
Veelgebruikte instellingen registreren
U kunt de instellingen die u in het printerstuurprogramma hebt geconfigureerd, opslaan.
Voor het Windows PCL-printerstuurprogramma
![]()
- Er kunnen maximaal 14 instellingen worden opgeslagen.
Open [Devices and Printers (Apparaten en printers)].
- Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van uw model en selecteer [Printing Preferences (Voorkeursinstellingen voor afdrukken)].
- Stel de afdrukopties in die u wilt opslaan.
- Klik in het tabblad [Setup (Setup)] op [Save (Opslaan)] in [Driver Setting (Stuurprogramma-instellingen)].
- Geef een naam op voor de instelling die u wilt opslaan en klik op [OK (OK)].
- Klik op [OK (OK)] om het scherm [Printing Preferences (Voorkeursinstellingen voor afdrukken)] te sluiten.
Voor macOS
![]()
- U kunt de standaardinstellingen in het [Page Setup (Pagina-instelling)]-scherm wijzigen.
- De werking is niet gegarandeerd met instellingen die zijn opgeslagen door andere printerstuurprogramma's. Sla de instelling op aan de hand van een naam die de modelnaam identificeert.
- Open het af te drukken bestand.
- Selecteer [Print (Afdrukken)] in het [File (Bestand)]-menu.
- Stel de afdrukopties in die u wilt opslaan.
- Selecteer [Save Current Settings as Preset... (Bewaar huidige instellingen als voorinstelling...)] in [Presets (Voorinstellingen)].
- Voer een naam voor de voorinstelling in en klik op [OK (OK)].
Afdrukken met geregistreerde instellingen
Voor het Windows PCL-printerstuurprogramma
- Open het af te drukken bestand.
- Selecteer [Print (Afdrukken)] in het [File (Bestand)]-menu.
- Klik op [More settings (Meer instellingen)].
- Selecteer de te gebruiken instellingsnaam in [Driver Setting (Stuurprogramma-instellingen)] op het tabblad [Setup (Setup)].
- Klik op [OK (OK)].
- Klik op [Print (Afdrukken)] in het scherm [Print (Afdrukken)].
Voor macOS
- Open het af te drukken bestand.
- Selecteer [Print (Afdrukken)] in het [File (Bestand)]-menu.
- Selecteer de te gebruiken instelling in [Presets (Voorinstellingen)].
Klik op [Print (Afdrukken)].
![]()
- Wanneer [Edit Preset List (Wijzig voorinstellingenlijst)] is geselecteerd in [Presets (Voorinstellingen)] en [Reset Preset Menu to "Default Settings" after Printing ("Default Settings (Standaardinstellingen)" van het menu Voorinstellingen herstellen na het afdrukken)], worden de door u ingestelde voorinstellingen altijd toegepast.
