Afdrukken met veelgebruikte instellingen die in het printerstuurprogramma zijn geregistreerd

  • Deze functie is niet beschikbaar voor het Windows PS-printerstuurprogramma.


Veelgebruikte instellingen registreren

U kunt de instellingen die u in het printerstuurprogramma hebt geconfigureerd, opslaan.

Voor het Windows PCL-printerstuurprogramma

  • Er kunnen maximaal 14 instellingen worden opgeslagen.
  1. Open [Devices and Printers (Apparaten en printers)].

  2. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van uw model en selecteer [Printing Preferences (Voorkeursinstellingen voor afdrukken)].
  3. Stel de afdrukopties in die u wilt opslaan.
  4. Klik in het tabblad [Setup (Setup)] op [Save (Opslaan)] in [Driver Setting (Stuurprogramma-instellingen)].
  5. Geef een naam op voor de instelling die u wilt opslaan en klik op [OK (OK)].
  6. Klik op [OK (OK)] om het scherm [Printing Preferences (Voorkeursinstellingen voor afdrukken)] te sluiten.


Voor macOS

  • U kunt de standaardinstellingen in het [Page Setup (Pagina-instelling)]-scherm wijzigen.
  • De werking is niet gegarandeerd met instellingen die zijn opgeslagen door andere printerstuurprogramma's. Sla de instelling op aan de hand van een naam die de modelnaam identificeert.
  1. Open het af te drukken bestand.
  2. Selecteer [Print (Afdrukken)] in het [File (Bestand)]-menu.
  3. Stel de afdrukopties in die u wilt opslaan.
  4. Selecteer [Save Current Settings as Preset... (Bewaar huidige instellingen als voorinstelling...)] in [Presets (Voorinstellingen)].
  5. Voer een naam voor de voorinstelling in en klik op [OK (OK)].


Afdrukken met geregistreerde instellingen
Voor het Windows PCL-printerstuurprogramma
  1. Open het af te drukken bestand.
  2. Selecteer [Print (Afdrukken)] in het [File (Bestand)]-menu.
  3. Klik op [More settings (Meer instellingen)].
  4. Selecteer de te gebruiken instellingsnaam in [Driver Setting (Stuurprogramma-instellingen)] op het tabblad [Setup (Setup)].
  5. Klik op [OK (OK)].
  6. Klik op [Print (Afdrukken)] in het scherm [Print (Afdrukken)].


Voor macOS
  1. Open het af te drukken bestand.
  2. Selecteer [Print (Afdrukken)] in het [File (Bestand)]-menu.
  3. Selecteer de te gebruiken instelling in [Presets (Voorinstellingen)].
  4. Klik op [Print (Afdrukken)].

  • Wanneer [Edit Preset List (Wijzig voorinstellingenlijst)] is geselecteerd in [Presets (Voorinstellingen)] en [Reset Preset Menu to "Default Settings" after Printing ("Default Settings (Standaardinstellingen)" van het menu Voorinstellingen herstellen na het afdrukken)], worden de door u ingestelde voorinstellingen altijd toegepast.