Problemoplossing voor het papier
![]()
- Raadpleeg de volgende uitleg en de "FAQ (Veelgestelde vragen)" in uw smartphone-app of op onze website.
- Neem contact op met uw dealer als het probleem zich blijft voordoen.
Probleem | Oorzaak | Oplossing | Meer info |
|---|---|---|---|
Papierstoringen komen vaak voor. Meerdere vellen papier worden tegelijk de printer ingetrokken. Het papier wordt in een schuine richting getrokken. | Het apparaat is gekanteld. | Installeer het op een stabiele en vlakke ondergrond. | - |
| Het papier is of te dun of te dik. | Het papier is of te dun of te dik. Gebruik het papier dat op deze machine van toepassing is. | ||
| Het papier is vochtig of geladen met statische elektriciteit. | Gebruik het papier bij een geschikte temperatuur en luchtvochtigheid. | ||
| Het papier is gekreukeld, gevouwen of gekruld. | Gebruik het papier dat op deze machine van toepassing is. Druk het papier vlak als het gekruld is. | ||
| Het papier is aan de achterzijde bedrukt. | Reeds bedrukt papier kan niet opnieuw worden afgedrukt vanuit lade 1/2/3/4. | - | |
| Het papier is nog niet uitgelijnd. | Schud het papier goed, en laad het papier met de boven-, onder-, linker- en rechterkant uitgelijnd. | ||
| Laad slechts één vel papier. | Plaats meerdere vellen papier. | - | |
| Er wordt extra papier in de papiercassette geplaatst terwijl het bestaande papier op zijn plaats blijft. | Verwijder het bestaande papier in de lade en plaats het papier opnieuw samen met het nieuwe papier met de boven-, onder-, linker- en rechterkant uitgelijnd. | ||
| Als papier niet in lade geplaatst is. | Plaats de papiergeleider en de papierstop van de papiercassette van lade 1/2/3/4 op het papier. | ||
Er ontstaan bramen (dunne, ruwe randjes die ontstaan bij het snijden van papier) aan de rand van het papier. | Laad het papier opnieuw nadat u het goed hebt geschud. | - | |
| De enveloppe is in een verkeerde richting geladen. | Plaats de enveloppen juist. | ||
| De enveloppen plakken aan elkaar. | Schud de enveloppen goed, of stapel ze een voor een. | - | |
| Papierstoringen komen vaak voor. | Er zit papierstof op de papierinvoerrol. | Reinig de papierinvoerrol van de lade waar de papierstoring zich heeft voorgedaan. | |
| De papierinvoerrol heeft het einde van zijn levensduur bereikt. | Als richtsnoer geldt dat de papierinvoerrol aan het einde van zijn levensduur is na het afdrukken van ongeveer 100.000 vellen voor lade 1/2/3/4 en ongeveer 80.000 vellen voor de MP-lade. Druk meerdere keren op de scrollknoppen op het bedieningspaneel om [Menus (Menu's)] - [Information (Informatie)] - [Paper Feed Roller Counter (Teller Papierinvoerrollen)] te selecteren, verifieer het gebruik van de rollen van elke lade en vervang de papierinvoerrol indien deze aan vervanging toe is. | ||
Bij de B513 treden er regelmatig vastgelopenpapieren op bij het invoeren van A5-papier in liggende stand. | U heeft papier met een gewicht van 105 g/m2 of meer geplaatst. | Om op A5-papier met een gewicht van 105 g/m2 of meer af te drukken, plaatst u het papier in staande stand. | |
| Schakel [Media Check (Mediacontrole)] in het printerstuurprogramma uit en probeer vervolgens opnieuw af te drukken. | Om op A5-formaat papier in liggend formaat af te drukken, schakelt u [Media Check (Mediacontrole)] in het printerstuurprogramma in. Of druk af op A5-formaatpapier in portrait stand. | ||
| De papierstoring met foutcodes 392, 393 en 394 treedt herhaaldelijk op. | Het papierformaat dat is ingesteld in het af te drukken file verschilt van het papierformaat dat in de uitbreidingslade is geplaatst. | Verwijder het vastgelopen papier. | |
| Papier kan niet worden ingevoerd. | Er is een onjuiste instelling geselecteerd in [Paper Source (Papierinvoer)] van het printerstuurprogramma. | Controleer de papierlade en selecteer de juiste lade in [Paper Source (Papierinvoer)] van het printerstuurprogramma. | - |
| De handmatige invoer staat ingesteld op de printerstuurprogramma. | Vink [Feed paper individually (Papier afzonderlijk invoeren)] aan in het printerstuurprogramma. | ||
| Papier kan niet uit lade 2/3/4 worden aangevoerd | Lade 2/3/4 is niet met het printerstuurprogramma ingesteld. | Stel lade 2/3/4 in het printerstuurprogramma. | |
| Het apparaat wordt niet hersteld, zelfs niet nadat het vastgelopen papier is verwijderd. | - | Open en sluit de kap aan de bovenzijde. | - |
Het papier krult op Het papier is gegolfd. Het papier is gerimpeld. | Het papier is vochtig of geladen met statische elektriciteit. | Gebruik het papier onmiddellijk na het uitpakken. | |
| Gebruik het papier bij een geschikte temperatuur en luchtvochtigheid. | |||
| Wanneer u papier in de printerlade plaatst, kan het probleem soms worden opgelost door de voor- en achterkant van het papier om te draaien. | |||
| Er wordt dun papier gebruikt. | Druk op de scrollknoppen op het bedieningspaneel om [Menus (Menu's)] - [User setup (Gebruikersmenu)] - [Tray Configuration (Cassetteconfiguratie)] - [(Tray Name) Setup ((Ladennaam) instellen)] - [Media Weight (Papiergewicht)] te selecteren. Wijzig dan de huidige instelling in een lagere waarde. | ||
Druk op de scrollknoppen op het bedieningspaneel om [Menus (Menu's)] - [User setup (Gebruikersmenu)] - [Print Adjust (Aanpassingen printen)] - [High Humid Mode (Hoge vochtigheidsmodus)] te selecteren en wijzig de instelling. | - | ||
| De voorkant van het papier krult om en blijft op de bovenste kaft drijven. | Er wordt dun papier gebruikt. | Verwijder het papier van de bovenklep telkens wanneer u één vel afdrukt. | - |
| Het papieren wikkelt zich rond de binnenkant van de fuser. | Het papiergewicht is niet juist ingesteld. | Druk op de scrollknoppen op het bedieningspaneel om [Menus (Menu's)] - [User setup (Gebruikersmenu)] - [Tray Configuration (Cassetteconfiguratie)] - [(Tray Name) Setup ((Ladennaam) instellen)] - [Media Weight (Papiergewicht)] te selecteren en stel een geschikte waarde in. Of verander [Media Weight (Papiergewicht)] in een zwaardere waarde dan de huidige. | |
| Er wordt dun papier gebruikt. | Gebruik dikker papier. | - | |
| Aan de bovenrand van het papier bevindt zich een bijna massieve vulling. | Voeg een marge aan de bovenrand van het papier in. | - | |
| Hoeken van het papier zijn gevouwen (de rand is gevouwen). | Het papier is gekruld. Het papier is gegolfd. | Gebruik het papier bij een geschikte temperatuur en luchtvochtigheid. | |
| De enveloppe is gekreukeld. | Het papier is vochtig. | Gebruik het papier bij een geschikte temperatuur en luchtvochtigheid. | |
| De papierinstellingen zijn niet correct. | Druk op de scrollknoppen op het bedieningspaneel om [Envelope (Enveloppe)] te selecteren in [Menus (Menu's)] - [User setup (Gebruikersmenu)] - [Tray Configuration (Cassetteconfiguratie)] - [(Tray Name) Setup ((Ladennaam) instellen)] - [Media Type (Papiertype)]. Stel [Media Type (Papiertype)] in op [Envelope (Enveloppe)] in het printerstuurprogramma. | ||
| De envelophendel (blauw, klein) op de fixeerunit is omhoog. | Druk af volgens de procedure in "If you are concerned about wrinkles (Als u zich zorgen maakt info kreukels)" van "Op enveloppen afdrukken". Nadat het afdrukken is compleet, plaatst u de envelophendel (blauw, klein) terug in de oorspronkelijke positie. | ||
| Het is van toepassing op andere gevallen dan hierboven vermeld. | Laad de enveloppe met de klep naar de hoofdeenheid gericht. Stel vervolgens vanuit Print Setup de oriëntatie in op 180° omkering. | ||
| Uitlijning is niet correct wanneer papier uit de uitvoerlade wordt uitgevoerd. | Er is sprake van een verkeerde uitlijning bij elke lade. | Druk op de scrollknoppen op het bedieningspaneel om de lade te selecteren die u wilt aanpassen in [Menus (Menu's)] - [User setup (Gebruikersmenu)] - [Print Adjust (Afpassingen printen)] - [Print Position Adjust (Afdrukpos. aanpas.)], en corrigeer de waarde van [X Adjust (X-aanpassing)] (liggend) of [Y Adjust (Y-aanpassing)] (Portrait). | |
| Het papier wordt automatisch ingevoerd vanuit een andere papierlade wanneer de papierlade tijdens het afdrukken leeg raakt. | Wisselen van lade is ingesteld op Auto. | Selecteer daarna Autom.cassette sel. in het printerstuurprogramma. Schakel voor het Windows PCL-printerstuurprogramma het selectievakje [Setup (Instellen)] - [Paper Feed Options (Papierinvoeropties)] - [Paper feed options (Opties voor automatische invoer)] - [Auto Tray Change (Automatische ladewisseling)] uit. Selecteer voor het Windows PS-printerstuurprogramma [Layout (Lay-out)] - [Advanced (Geavanceerd)] - [Printer Features (Printerfuncties)] - [Tray Switch (Lade wisselen)] - [Off (Uit)]. |
